Als wij een lezing of training geven, krijgen we vaak kritische vragen over generatiedenken. Terecht ook.
Sommige mensen herkennen zichzelf niet in een omschrijving. Ze voelen zich weggezet in een grove generalisatie. Anderen struikelen over de jaartallen. Hoe kan iemand uit 1996 de ene keer Millennial zijn en de andere keer Gen Z? Logische vragen.
En soms klinkt ook de vraag: is het niet gewoon een fabeltje? Plakken we etiketten om snel een schuldige te vinden voor iets wat we lastig vinden?
Geen persoonlijkheidskenmerken
In onze lezingen en trainingen praten we daarom liever over thema’s dan over kenmerken. We geven geen persoonlijkheidsbeschrijvingen. Generaties zijn geen indeling van types mensen. Het is een sociologische lens. Een manier om maatschappelijke thema’s te duiden. Zo kun je zeggen dat trouw en loyaliteit belangrijke thema’s waren in de loopbaan van veel Babyboomers. Dat begrijpen we als we kijken naar hun tijdsgeest, opvoeding en maatschappelijke context. Of neem Generatie Z. Inclusie en gelijkwaardigheid zijn voor hen belangrijke thema’s op de werkvloer. Niet omdat zij dat “bedacht” hebben, maar omdat ze zijn opgegroeid in een tijd waarin dit sterk wordt benadrukt. Het voelt voor hen logisch en vertrouwd.
Thema’s zijn woorden voor bredere trends in de samenleving. Vergelijk het met “de Nederlander”. We hebben niet allemaal dezelfde persoonlijkheid. We zijn niet allemaal direct. Sommigen vermijden juist elk conflict. En toch merk je in het buitenland vaak iets van die Nederlandse openheid. Het is een gedeeld cultureel thema. Geen vast karaktertype. Zo werkt het ook met generaties. Door gedeelde ervaringen in hun vormende jaren zie je terugkerende thema’s. Maar die zijn nooit sterker dan iemands persoonlijkheid.
Een lens om patronen te zien
Generatiedenken roept weerstand op als het voelt als hokjesdenken. Als je in een vakje wordt geduwd waar je jezelf niet in herkent. Maar veel mensen omarmen het juist als het gaat over patronen. Als het geen absolute waarheid is, maar een lens om scherper te kijken. Dat is wat wij doen in onze lezingen, trainingen en consults. We onderzoeken waar miscommunicatie ontstaat tussen perspectieven. We geven taal aan impliciete verwachtingen over leiderschap en ontwikkeling. We luisteren naar de woorden die nieuwe generaties gebruiken om hun wereld te beschrijven. Steeds weer zien we hetzelfde. Het zijn geen harde feiten. Het zijn frames. Hulpmiddelen om samen betekenis te geven. Het gaat niet om gelijk krijgen. Het gaat om begrijpen hoe de ander naar de wereld kijkt.
Ben je benieuwd hoe dat er in de praktijk uitziet? Dan gaan we graag met je in gesprek.
Niet om generaties tegenover elkaar te zetten, maar om ze beter te laten samenwerken. Niet om verschillen groter te maken, maar om ze begrijpelijk te maken. Want zodra je ziet waar het vandaan komt, wordt het gesprek een stuk makkelijker. En vaak ook een stuk leuker.